
Mediation vanuit de bedoeling
Mediation vanuit de bedoeling
“Doen we dit omdat het hoort, of omdat het helpt?”
Die vraag (uit het boek Anders Vasthouden van Wouter Hart) popte deze week weer eens op tijdens een mediation.
In organisaties zijn we vaak goed geworden in het volgen van procedures, afspraken en rollen. Dat geeft duidelijkheid en houvast. Tegelijkertijd merk ik dat juist diezelfde houvast soms in de weg gaat zitten van wat mensen werkelijk nodig hebben.
En precies dat kom je tegen in mediation.
Mensen komen binnen met een verhaal over wat er is gebeurd. Over regels die zijn overtreden, afspraken die niet zijn nagekomen of over de vraag wie ergens verantwoordelijk voor is. Dat zijn belangrijke onderwerpen. Toch stel ik meestal eerst een andere vraag.
Wat was eigenlijk de bedoeling?
Een leidinggevende spreekt een medewerker aan. Volgens de medewerker gebeurde dat veel te hard. Volgens de leidinggevende was het noodzakelijk.
Wie heeft er gelijk?
Dat blijkt vaak niet de meest interessante vraag.
Veel interessanter is:
“Wat hoopte je met dat gesprek te bereiken?”
Dan hoor je bijvoorbeeld:
“Ik wilde voorkomen dat het nog een keer zou gebeuren.”
Of:
“Ik wilde juist dat hij zich weer veilig zou voelen binnen het team.”
Ineens verandert de toon van het gesprek. Achter de harde woorden blijkt vaak een goede bedoeling schuil te gaan. Alleen is die onderweg niet meer overgekomen.
Dat gebeurt vaker dan we denken. Tijdens een mediation probeer ik mensen steeds terug te brengen naar hun eigen invloed. Ik merk regelmatig hoe spannend het kan zijn om uit te spreken wat je werkelijk belangrijk vindt.
Soms weet iemand precies wat zou helpen, maar zegt hij het niet. Omdat het beleid anders luidt. Omdat collega’s het anders doen. Omdat “zo werken we hier nu eenmaal”. Of omdat iemand bang is dat eerlijk uitspreken wat nodig is voelt als het loslaten van zekerheden.
Ik merk dat een mediation vaak kantelt zodra mensen weer durven praten over hun bedoeling.
Niet over wat ze moeten zeggen.Niet over wat verstandig klinkt. Maar over wat werkelijk helpt of zou kunnen helpen.
Conflicten gaan zelden alleen over de inhoud en conflicten ontstaan zelden omdat mensen slechte intenties hebben. Veel vaker lukt het mensen niet om goed om te gaan met hun verschillen. Ze raken verwikkeld in standpunten, verwijten en patronen, waardoor ze onderweg de bedoeling uit het oog verliezen.
Daarom geloof ik dat de vraag naar de bedoeling misschien wel een van de krachtigste vragen is die je als mediator kunt stellen. Dan werk je aan een oplossing die niet alleen klopt op papier, maar ook werkt in de praktijk.
Dat is voor mij de essentie van mediation. Dat wil niet zeggen dat we regels of afspraken overboord moeten gooien. Het nodigt uit om steeds opnieuw te onderzoeken of wat we doen nog steeds bijdraagt aan de bedoeling.
De oplossing ligt niet bij de mediator!

Een mediator is er niet om partijen te vertellen wie gelijk heeft. Ook niet om zo snel mogelijk een oplossing op papier te zetten.
Mijn rol is om mensen weer met elkaar in gesprek te brengen over wat werkelijk belangrijk voor hen is.
Soms betekent dat dat we stilstaan bij een protocol. Soms onderzoeken we of een vaste werkwijze nog steeds doet waarvoor die ooit bedoeld was.
En soms blijkt dat iemand al die tijd precies wist wat zou helpen, maar het nooit heeft uitgesproken.
Omdat het spannend was. Omdat het niet hoorde. Omdat de cultuur iets anders vroeg.
Juist daar ontstaat beweging.
Veel mensen verwachten dat een mediator met oplossingen komt. Dat ik de knoop doorhak, een compromis bedenk of de juiste route aanwijst.
Dat doe ik dus juist niet.
Natuurlijk doe ik wel iets. Ik stel vragen, vertraag het gesprek, spiegel wat ik zie en help mensen patronen zichtbaar te maken. Maar de oplossing komt niet van mij.
De oplossing ontstaat tussen de mensen die tegenover elkaar zitten.
De kunst is niet om het conflict voor mensen op te lossen, maar om hun vermogen te versterken om zélf tot goede oplossingen te komen.
Dat vraagt soms iets heel anders dan mensen verwachten.
Wanneer emoties hoog oplopen, ontstaat gemakkelijk de neiging om verantwoordelijkheid uit handen te geven.
“Zeg jij maar wie er gelijk heeft.”
“Wat zou jij doen?”
“Kun jij hem uitleggen dat hij fout zit?”
Dat lijkt op korte termijn aantrekkelijk.Toch lost het zelden iets duurzaam op.
Want zodra de mediator de oplossing aandraagt, blijft ook het eigenaarschap bij de mediator liggen. De volgende keer dat er spanning ontstaat, hebben partijen opnieuw iemand van buiten nodig.
Een goede mediation laat mensen sterker achter dan ze erin stapten.
Dat ze ontdekken dat ze moeilijke gesprekken kunnen voeren en dat ze samen het vertrouwen terugvinden dat zij zélf in staat zijn om met toekomstige conflicten om te gaan.
De uitkomst van een mediation is dan veel meer dan een ondertekend convenant of een lijst met afspraken.
Het is een ontwikkeling van mensen. Ze krijgen weer vertrouwen in hun eigen oplossend vermogen.
Juist daarom stel ik vaak vragen waar mensen in eerste instantie niet op rekenen.
Niet:
“Welke oplossing willen jullie?”
Veel eerder:
“Wat hebben jullie nodig om samen weer goede keuzes te kunnen maken?”
“Wat helpt jullie om dit soort gesprekken in de toekomst zelf te voeren?”
Dat doet me denken aan een andere zin uit Anders Vasthouden: “Gun de ander zijn probleem, dan is het ook zijn oplossing.”
De regie over de vraag blijft bij de betrokkenen, terwijl de mediator verantwoordelijkheid neemt voor het proces en zijn professionele bijdrage.
Misschien is dat wel de grootste paradox van mediation: Hoe minder ik probeer een conflict op te lossen, hoe groter de kans dat mensen zelf een oplossing vinden die écht bij hen past.
En juist die oplossingen blijken meestal ook het langst stand te houden.
