Wat je in de ander ziet, wil iets van jou
Ik begeleidde ooit een mediation tussen twee zussen, Anne en Bea. Ze waren niet alleen familie, maar ook vriendinnen. Tot een ogenschijnlijk klein voorval een bommetje legde onder hun band.
Anne had een weekendje weg gepland met een paar vriendinnen. Op het laatste moment viel er iemand uit en kwam er een plek vrij. Een van de vriendinnen stelde voor om Bea mee te vragen. Anne belde haar zus meteen. Bea reageerde enthousiast, maar terwijl ze aan de telefoon sprak, realiseerde Anne zich dat er eigenlijk nog iemand was die eerst gevraagd had moeten worden.
Anne legde dat uit. Bea zei vriendelijk: “Geen probleem, vraag haar maar eerst. Ik snap het, het is jullie weekend. Als zij niet kan, ga ik graag mee.”
Lang verhaal kort: de andere vriendin ging mee. Bea bleef thuis.
En wat begon als een begripvol aanbod, groeide uit tot een ruzie die hun relatie op scherp zette.
Tijdens de mediation werd duidelijk waar het echt over ging.
Anne was geïrriteerd dat Bea had gezegd dat het haar niets uitmaakte, terwijl ze uiteindelijk tóch boos bleek te zijn. “Waarom zeg je dat dan niet meteen?” vroeg Anne gefrustreerd. “Zeg gewoon wat je denkt.” “Je kunt toch alles tegen me zeggen”?
Bea voelde zich op haar beurt gekwetst dat Anne überhaupt had overwogen iemand anders voor haar te vragen. Het raakte iets ouds. Het gevoel minder belangrijk te zijn. Over het hoofd gezien te worden.
Aan tafel werd iets anders zichtbaar.
Hun ergernissen over weer waren een spiegel.
Anne irriteerde zich aan Bea’s inschikkelijkheid, omdat ze diep vanbinnen wist dat ze zelf ook die neiging had en dat afkeurde. Dat vond ze zwak. Bea liet haar precies dat zien wat ze in zichzelf niet wilde erkennen.
Bea werd pissig van Anne’s daadkracht en vanzelfsprekendheid, omdat zij zelf de neiging had om het voor iedereen goed te willen doen en zichzelf daarbij te vergeten. Anne belichaamde wat Bea zichzelf niet toestond.
Projecteren is geen moreel falen het is een natuurlijke wetmatigheid.
Iets wat ooit te spannend was om te voelen, te gevaarlijk om te uiten of te pijnlijk om aan te kijken kan nu misschien wel gezien en ervaren worden?
Bij de ander ‘mogen’ we het wel zien.
En dus beoordelen we. Corrigeren we. Bestrijden we. Wat eigenlijk diep van binnen aandacht vraagt van onszelf.
We plakken dat wat we zelf niet kunnen of willen zien, op de ander.
Onze boosheid. Angst. Verdriet. Behoefte aan aandacht. Afhankelijkheid. Dominantie. Onbetrouwbaarheid. Donkerte. Grootheidsdrang. Hulpeloosheid.
En we vergroten het ook nog uit. We zien iets bij de ander en leggen daar ons eigen onbewuste deel bovenop.
Ik zou zeggen: nodig je oordeel uit. Niet om ernaar te handelen, maar om het te gebruiken als informatie over jezelf. Want ieder oordeel, positief of negatief, wijst ergens naartoe.
Wat veroordeel ik hier precies?
Wat raakt mij zo?
Waar ken ik dit van, misschien in een andere vorm, ook van mezelf?
Wanneer je jezelf die vragen durft te stellen, verandert er iets in de ontmoeting.
Je gaat eerlijker kijken.
Eerst naar binnen. En van daaruit naar buiten.
Je oordelen worden dan geen eindpunt meer, maar een ingang.
Een bron voor zelfonderzoek. Een uitnodiging om jezelf beter te leren kennen, juist daar waar je liever niet kijkt.
In conflicten wordt dit allemaal zichtbaar.
Niet omdat de ander het probleem is, maar omdat conflict laat zien wat er onder de oppervlakte speelt.
Zo binnen, zo buiten.
En misschien is dat wel de meest ongemakkelijke én waardevolle boodschap van conflict:
wat je in de ander bestrijdt, wil in jou gezien worden.
Wil je hier meer over leren:
Dat is mijn aanbod van Jij Begon! (boek, e-learning, live trainingsdag) iets voor jou.